El Pino and the Volunteers
Hé, alweer een bekend gezicht, denk ik als ik onderweg naar Ro-Town ben. Omdat ik veel te vroeg ben begroet ik het bekende gezicht. Zo gek is het overigens niet dat ik dit bekende gezicht hier vind, hij staat hier wel vaker, toch begroet ik hem nu uitbundiger dan normaal. We wisselen beleefdheden uit. Hoe gaat het met jou? Oh leuk! Gegeten bij Ro-Town. Kan dat tegenwoordig dan weer? Nou de laatste keer dat ik daar at was het echt niet te eten, ze zouden een nieuwe kaart krijgen of zo en de tussenkaart was niet om over naar huis te schrijven. Wat ik ga doen? Ja naar Ro-Town dus, voor een bandje. Welk bandje? Tja, dat weet ik niet helemaal, iets met El Pino, kan dat? Ja die ja, El Pino and the Volunteers. Is dat een leuke band? Gelukkig, ik heb geen idee namelijk, wat mij betreft kan het net zo goed een oude lullen band zijn. Er word me verzekerd dat dat niet het geval is. Opgelucht stap ik Ro-Town binnen, nog steeds te vroeg.
Om te verbloemen dat het me best een beetje zenuwachtig maakt, dat te vroeg zijn en dan ook nog eens alleen bestel ik een zoete witte wijn. Hiermee rek ik wat tijd, maar nog steeds niet genoeg natuurlijk. Ik wurm me op de bank tussen twee tafeltjes in. Ik weet me niet echt een houding te geven dus pak ik mijn telefoon. Als die voor me ligt hebben andere mensen misschien het idee dat ik toch contact met de buitenwereld heb, dat ik echt niet helemaal alleen ben. Maar de mogelijkheden met een telefoon zijn ook beperkt en begeef je jezelf niet juist in de buitenwereld om daar mee in interactie te komen?
Met die interactie komt het nog niet helemaal goed. Maar ik kan wel luisteren naar wat er gebeurd aan de tafeltjes naast me. Links van me zijn twee meisjes in een verhitte discussie over welke stad leuker is, Rotterdam of Den Haag. Ze staan lijn recht tegen over elkaar en lijken elkaar niet te kunnen overtuigen. Rechts van mij zit een jongen met zes meisjes, de meisjes steken elkaar de troef af in hipheid en leukheid. Dan komt er een meisje dat de competitie wat mij betreft met vlag en wimpel wint, luid bellend bij hem op schoot zitten. Voor me zit een meisje alleen aan een tafeltje, er staan wel twee glazen, ik fantaseer over de persoon van wie het andere glas is. Ik probeer haar houding te kopiëren, het voornaamste is dat ik meer ruimte in moet nemen. Alsof ik me totaal op mijn gemak voel en vind dat ik het volste recht heb daar te zijn, ook al zit ik dan alleen. Maar als de persoon aan wie het andere glas toebehoord aanschuift zie ik ook in haar gedrag een verandering. Veel tijd om die verandering te observeren heb ik niet. Lief staat voor mijn neus, we kussen elkaar gedag, ik mompel iets over de ruimte die iedereen hier in beslag neemt, ik denk niet dat hij me begrijpt. Maar er is ook niet veel tijd om dat uit te diepen, de band begint immers zo.
Als ik denk dat de band zijn instrumenten aan het stemmen is blijkt dit het voorprogramma te zijn. Ik hoop dat de band beter is dan een voorprogramma dat klinkt alsof het instrumenten aan het stemmen is. Helaas is dat niet helemaal het geval. Het is wel aardig, maar ik wordt er niet wild enthousiast van. Gelukkig bleek lief het ook niet zo geweldig te vinden. De vorige keer dat hij ze zag waren ze althans een stuk leuker geweest. Blij dat we het hierover eens zijn lopen we naar buiten, zo in de armen van alweer een bekend gezicht of twee. Er word enthousiast begroet. Dit keer om de band zo snel mogelijk te vergeten. Al kwebbelend lijkt dat nog te lukken ook.



Laatste reacties